De Noorderbegraafplaats is een begraafplaats in Hilversum. De begraafplaats, naar een ontwerp van Willem Marinus Dudok, werd in 1929 in gebruik genomen. Het jaar daarop werden de gebouwen (ook door Dudok ontworpen) gerealiseerd.
Bij de entree van het terrein zijn vier Jungle Blocks® geïnstalleerd. Dit versteende plein wordt erg heet op zomerse dagen en kon daarom wat extra vergroening gebruiken.
De vier blocks zijn beplant met:
- 2x Carpinus betulus (haagbeuk) - een boom die vroeg in het voorjaar bloeit en zo een van de eerste voedselbronnen van het seizoen biedt aan bijen en andere insecten. De dichte kroon en blijvende wintervorm bieden daarnaast schuilgelegenheid voor vogels.
- 2x Sorbus aucuparia (lijsterbes) - bekend om zijn bloesem voor bestuivers in het voorjaar en zijn bessen, die van augustus tot in de winter een belangrijke voedselbron zijn voor vogels zoals de merel en de spreeuw.
Tussen de bomen is de bodem beplant met een mix van vaste planten en siergrassen: Briza media, Festuca amethystina 'Walberla', Origanum vulgare, Prunella vulgaris, Serratula seoanei, Coreopsis verticillata 'Moonbeam', Sesleria autumnalis, Agastache 'Blue Fortune', Calamintha nepeta subsp. nepeta, Echinacea purpurea 'Album', Achillea 'Moonshine' en Geranium orion.
- Briza media (bevertjes)
- Festuca amethystina 'Walberla' (schapengras)
- Origanum vulgare (wilde marjolein)
- Prunella vulgaris (gewone brunel)
- Serratula seoanei (zaagblad)
- Coreopsis verticillata 'Moonbeam' (meisjesogen)
- Sesleria autumnalis (blauwgras)
- Agastache 'Blue Fortune' (anijsplant)
- Calamintha nepeta subsp. nepeta (kleine steentijm)
- Echinacea purpurea 'Album' (zonnehoed)
- Achillea 'Moonshine' (duizendblad)
- Geranium orion (ooievaarsbek)
Deze combinatie is gekozen op basis van bloeispreiding en bestuivingswaarde: soorten als Origanum vulgare, Calamintha nepeta en Agastache 'Blue Fortune' bloeien lang door tot in het najaar en trekken bijen en vlinders aan op een moment dat er weinig anders bloeit. De grassen (Festuca, Sesleria, Briza) zorgen voor structuur en overwinteringsplekken voor insecten, ook buiten het bloeiseizoen. Zo ontstaat op een klein, versteend plein alsnog een leefgebied dat het hele jaar iets te bieden heeft.